8x m

Triumph perikelen  WԒ

 

  WԒ

                       8Bij 8herhaling 8wordt 8ik 8door 8een 8goede 8kennis 8doorgezaagd 8over 8het 8feit  8dat 8hij 8na 8een 8winter 8zijn 8Kawasaki 8moeiteloos 8weer 8tot 8leven 8roept.  8Sleutel 8er 8in, 8choke 8open, 8even 8doorstarten 8en 8daarna 8rij 8ik 8de 8hele  8zomer 8weer 8voor 8god 8en 8vaderland 8weg, 8pleegt 8hij 8pesterig 8te  8proclameren. 8Meteen 8gevolgd 8door 8de 8vraag, 8en 8hoe 8is 8het 8nu 8met 8dat 8hok  8van 8jou? 8Nu 8kon 8ik 8dit 8jaar 8naar 8eer 8en 8geweten 8verklaren 8dat 8de  8Matchless 8zonder 8problemen 8uit 8zijn 8winterslaap 8was 8gewekt 8en 8zeer  8gewillig 8zijn 8taakjes 8had 8verricht. 8Aangezien 8de 8Triumph 8geschorst 8en 8in  8de 8verkoop 8stond 8viel 8hier 8weinig 8over 8te 8zeggen 8er 8van 8uitgaande 8dat  8het 8ding 8rijdend 8was 8weggezet.

 #

Het geval wilde echter dat mijn echtgenote na  veel wikken en wegen besloten had om herintredend motorrijdster te  worden en met dat doel voor ogen is een 19 jaar oude Harley D. Sportster  aangeschaft. Ooit had zij een Kawasaki waarvan ze op een gegeven moment  het idee had dat het valse ding er alleen maar op uit was om haar uit  het zadel te werken. Dat dit niet bepaald vertrouwen wekt mag duidelijk  zijn dus een jaar of vijftien terug wilde ze gewoon niet meer rijden. Ze  heeft echter altijd gezegd dat als…dan op een HD. Na wat rondtrutten op  de binnenweggetjes om het gevoel en de coördinatie weer te krijgen brak  het moment aan om de Sportster, die het best te omschrijven is als een  goeiige lobbes, op wat langere trajecten in te gaan zetten. Haar idee  dat ik voorop zou rijden zodat ze het wat en hoe van het motorrijden wat  kon oefenen leek me een uitstekend actieplan en het hoeft ook allemaal  niet snel dus de Matchless mocht aan het werk. Oefening baart kunst  zodat na de tweede rit het commentaar kwam dat alles wel heel prettig  verliep maar dat de Matchless niet bepaald snel accelereerde waardoor ze  regelmatig erg dicht bij het nummerbord kwam. Ja, nee zeg, dank je de  koekoek met een 350cc ééncilinder ben je iets in het nadeel ten opzichte  van een 883 cc twin en dan heb ik het nog niet eens over het verschil in  leeftijd. Harder gaan rijden met de Matchless was dus geen optie en  aangezien de Yamaha caferacer voorlopig nog niet klaar is werd besloten  mijn voormalig leger Triumph uit de winterslaap te wekken.

 

 ,

Groot was de vreugde dan ook dat het 3TA-tje  meteen aansloeg, maar het verhaal kreeg wel een staartje. Aanvankelijk  leek het alsof het hem goed had gedaan dat hij gedurende de hele winter  droog en warm in huis weg was gezet. Buitengewoon positief gestemd door  deze goede start vergaf ik hem het feit dat hij het vertikte stationair  te lopen. De eerste rit van het seizoen kenmerkte zich verder door wat  rauw motorgedrag maar alles deed het en de Triumph bracht me ook weer  thuis. Wie schetst dan ook de verbazing wanneer, stilstaand bij huis,  ineens een kolom rook onder de tank vandaan komt. Nadere inspectie  toonde aan dat nagenoeg de hele cilinderkop bekwijld was met een  olieachtige drab die dankzij de rijwind ook de olietank had bereikt. Ik  vond al dat hij erg stonk was het commentaar van mijn eega, die  gedurende de rit achter mij aan had gereden. Vraag me niet hoe het kan  dat een goed dichte motor, die de hele winter slechts een enkel  druppeltje heeft gelekt, na de eerste rit transformeert in een olieboot,  ondanks dat ik het carter had leeggemaakt. Het bewijs is geleverd,   8het 8kan 8en 8nagenoeg 8alles 8wat 8aandraaibaar 8en 8vasttrekbaar 8is, 8was 8ook  8een 8ietsiepietsie 8los 8en 8derhalve 8aan 8en 8vasttrekbaar8.8 

 

Onvoorzichtig optimistisch dankzij een rotsvast  geloof in Triumph kwaliteiten ging ik er van uit dat de tweede rit  ongetwijfeld probleemloos zou verlopen. Nou ging daar een nachtje  overheen en die periode bleek genoeg om de Triumph tot de overweging te  doen komen dat droog en warm in huis staan veel prettiger is dan over ’s  Heren wegen gejaagd te worden en de nachten in de schuur te moeten  doorbrengen.

Dat de rakker totaal in de contramine was bleek  meteen al toen de kraan open werd gezet en de benzine even snel uit de  carburateur liep als het uit de tank de gasfabriek in kon lopen. Enige  tikken met een schroevendraaier deden het vlotter loskomen en de lekkage  stoppen. Starten ging perfect maar van mooi lopen was weinig sprake en  na circa een kilometer gaf de rechtercilinder aan er geen zin meer in te  hebben. Aldus op een pit naar huis terug gestrompeld en de Matchless  aangetrapt die er overduidelijk wel zin in had. De inspectie op een  later tijdstip toonde aan dat er rechts totaal geen vonk ontstond.  Enerzijds veroorzaakt door een nauwelijks contact makende bougiekabel en  anderzijds dankzij een stel ingebrande punten die ook amper meer van  elkaar loskwamen.

Nu heb ik, net als ieder andere vooruitziende  Engelse motoreigenaar, altijd een setje nieuwe punten klaarliggen. Enig  sleutelwerk en afstelwerk later was het ontstekingshuisje volgepropt met  mooi nieuw spul en had ik nog steeds geen vonk. Sterker nog, ook links  was geen vonk meer hetgeen wees op een stevige kortsluiting. Creatief  werk met de weerstandsmeter toonde al vlot aan dat de vervangingspunten  niets onderbraken. Tot mijn verbazing bleek na veel gepiel en geprobeer  dat de veertjes van de nieuwe punten iets langer zijn dan de ouden. Het  gevolg was dat deze net tegen de bevestigingsmoertjes van de  condensators aanlagen. Gezegend zijn zij, die in het bezit zijn van een  voltmeter, want visueel was dit zelfs met bril op niet te ontdekken. In  ieder geval startte de 3TA na enige isolatiewerkzaamheden meteen en kon  een succesvol testritje gemaakt worden. Lopen als een grote, alleen  plopte nu bij het koppelingsdeksel de olie royaal naar buiten. De olie  heb ik maar weggeveegd met het voornemen om dat eerst maar te negeren.  Dekseltje weer op het ontstekingshuis en in mijn optiek was hij klaar  voor de volgende rit. Nu is mijn vrouw iets meer paranoïde dan ik ten  opzichte van Engelse motoren dus nog voor ik hem de schuur in kon  drukken sprak zij haar twijfels uit over de functionaliteit van het oude  beestje. Vanzelfsprekend sputterde ik hier wat tegen. “Probeer het ding  nou want anders staan we morgen eerst weer een uur te sleutelen voor we  weg kunnen”. Waarachtig ze had gelijk. Het loeder was met de beste wil  van de wereld niet aan de praat te krijgen. Er was weer geen vonk. Dit  maal bleek het dekseltje van het ontstekingshuis de kortsluitende  boosdoener, hetgeen pas opgeheven werd nadat ik een nieuwe en dikkere  pakking had gemaakt.j

 

Het mag duidelijk zijn dat ik enige inwendige  spanning voelde toen twee dagen later andermaal een geplande rit op het  punt stond aan te vangen. Ondertussen zelfs nog de in uitstekende  conditie verkerende accu extra opgeladen want je weet nooit en dus  startte het ding zoals het hoorde en functioneerde de hele rit perfect.  Sterker nog, het olieboot principe beperkte zich deze keer tot een  minieme lekkage bij het rechter uitlaat kleppendekseltje. Ietwat storend  was wel de inmiddels ontwikkelde gewoonte om na het sluiten van de kraan  ongegeneerd de vlotterkamer leeg te laten lopen. Dit fenomeen had zich  in het vorige jaar ook al eens gemanifesteerd en heb ik toen kunnen  herleiden naar een lek vlotter. Een van de drijvertjes was half vol  gelopen met benzine en na wat geklooi heb ik die leeg en weer dicht  weten te krijgen. Ik vreesde dus het ergste voor het andere drijvertje.  Niets van dat al, hetzelfde drijvertje zat weer voor de helft vol met  brandstof. Enige lichtpuntje was dat er een nieuw gaatje in zat dus aan  mijn oude reparatie had het niet gelegen. Schrale troost want uiteraard  lijdt dit tot de constatering dat het betreffende vlottertje erg dun is  geworden en dat de meest intelligente vervolgactie niet reparatie, maar  de plaatsing van een nieuw of in ieder geval beter exemplaar is. Wat  zoeken en rondbellen leverde slechts een chagrijnig humeur op want om de  een of andere onverklaarbare reden waren al mijn adressen net op  vakantie en voorlopig ook nog niet terug. Wilde ik het ding op de weg  houden dan zat er niets anders op dan weer met tinsoldeer, brander en  soldeerbout te werk te gaan. Dit lukte wonderwel en zonder het  drijvertje te laten exploderen of imploderen kreeg ik hem weer keurig  dicht. Na montage liep de motor keurig en moest ik de stationair  afstelling aanzienlijk terug draaien om hem fatsoenlijk rustig te laten  lopen. Dat laatste is niet zo verwonderlijk natuurlijk want hij liep  slecht stationair en om hem niet steeds af te laten slaan had ik de  schroef omhoog gemanipuleerd.

 

 

Het verzet leek gebroken want ook de keer  daarop sjouwde de Triumph braaf weg, echter om na drie kilometer te  laten weten dat de linker cilinder absoluut niet van zins was om mee te  doen. Met vooruitziende blik en weinig vertrouwen in de producten van de  firma Lucas had ik alle benodigde gereedschapjes in die oh zo praktische  legertassen gemikt dus het euvel was snel geïdentificeerd als een  spontaan verlopen set punten. Na deze roadside repair ging alles van een  leien dakje. Al doende leer je toch ieder rocheltje en knalletje van je  motor herkennen. Tenminste, dat meende ik en werd tijdens een ritje een  dag of wat later na een uurtje rijden onaangenaam verrast door gehik en  gehoest dat trouwens meteen weer ophield nadat ik iets had gezegd als  Nee hé, niet nu. Drie kwartier later was echter alles in de war.  Knallen, hoesten, geen fut meer en geluiden alsof er een klep was  verbrand. Die indruk werd bevestigd door mijn echtgenote die, vanaf haar  volstrekt probleemloze Harley, vlammen van een meter uit de uitlaat had  zien slaan.

Ontsteking bleek goed te staan en er kwam ook  benzine dus ik vreesde het ergste met name voor de kleppen in de  linkercilinder. Nu ben ik iemand die er een schurfthekel aan heeft om  een motor achter te laten dus onder het motto, samen uit samen thuis,  werd voorzichtig en reutelend de koers richting huis gezet. Al doende  ontdekte ik dat beide cilinders beurtelings iets deden maar weliswaar  niet zoals men mag verwachten dus vermoedde ik een brandstof probleem.  Aldus de gasschuif vol open en weer dicht gooien en na dit vijf keer  gedaan te hebben trad er volkomen plotseling een totale  karakterverandering in werking. Van het ene op het andere moment ging de  Triumph als een speer en zat in no-time op 115. Een brokje ellende in de  sproeier moet de oorzaak zijn geweest. Nog nooit zo mooi en vlot gelopen  dus ik heb hem maar eens even laten hollen. Bij thuiskomst was alles  helemaal in orde en leek hij helemaal happy. Volgens het motto “Keep  them rolling” zijn we inmiddels een aantal uitstapjes en twaalfhonderd  kilometer verder en afgezien van twee kleine hikjes dankzij wat rommel  in de carburateur is er niets noemenswaardigs gebeurd. Hoewel “goed  functioneren” inmiddels natuurlijk ook wel als noemenswaardig kan worden  beschouwd. Hij gebruikt wat olie maar ik heb begrepen dat de meesten dat  ook deden toen ze nog in dienst waren dus durf ik weer uitspraken te  doen als, “ik rij er zo mee naar de Noordkaap” en trek ik me niets aan  van valsige commentaren van rijstverbrandende coureurs of dames op  Harley’s.

 

A.J. de Vriesj

Augustus 2009ȯ ©